Carpaal tunnel syndroom
Carpaal tunnelsyndroom (CTS) ontstaat wanneer de nervus medianus, een belangrijke zenuw in de pols, bekneld raakt in de carpale tunnel. Dit kan leiden tot tintelingen, een doof gevoel en pijn in de hand en vingers, vooral ’s nachts. Soms vermindert ook de knijpkracht. Een handtherapeut kan op verschillende manieren helpen, zowel bij een behandeling zonder operatie, maar ook bij het herstel na een operatie.
Conservatieve behandeling (zonder operatie)
Wanneer de klachten nog niet te ernstig zijn, kan de handtherapeut helpen om de druk op de zenuw te verminderen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door:
- Oefeningen om de doorbloeding en beweeglijkheid van de zenuw te verbeteren.
- Mobilisaties van pols en handwortelbeentjes om ruimte te creëren in de carpale tunnel.
- Houdings- en beweegadvies voor werk of hobby’s, om herhaalde belasting en verkeerde polsstand te voorkomen.
- Polsspalken die vooral ’s nachts worden gedragen, zodat de pols in een neutrale positie blijft.
Begeleiding na een operatie
Als de klachten ernstig zijn of conservatieve therapie onvoldoende helpt, kan een operatie nodig zijn waarbij het bindweefsel (het ligament) dat de tunnel afsluit wordt doorgesneden. Hierdoor krijgt de zenuw weer ruimte. Na de operatie helpt de handtherapeut bij:
- Wond- en littekenverzorging om littekenverklevingen te voorkomen.
- Herstel van beweeglijkheid van pols en vingers.
- Oefeningen om kracht en coördinatie terug te krijgen.
- Advies voor opbouw van activiteiten zodat u veilig terugkeert naar werk en dagelijkse bezigheden.
Met tijdige begeleiding kan een handtherapeut het herstel versnellen, de kans op blijvende klachten verminderen en u helpen weer zonder pijn en/of tintelingen te functioneren.
De juiste fysiotherapeut voor jou

Nick de Rooij

